
Tien miljoen euro stelt
staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) van Onderwijs de komende jaren
beschikbaar voor uitdagend onderwijs aan 'excellerende'
basisschoolleerlingen. ''Het is verstandig om ons niet vanuit het
ministerie persoonlijk te bemoeien met individuele projecten. De
keuzes laten we over aan de professionals.'
Door Anthon Keuchenius en Paulien
Bakker
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap is een grote glazen bak pal naast station Den Haag
Centraal. De werkkamer van staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) is
al even toegankelijk. Dijksma, in paars jasje met bijpassende paarse
oogschaduw, is meteen klaar voor het interview.
De Onderwijsraad stelt in haar
rapport ‘Presteren naar vermogen’ dat zeker 30-40 procent van de
hoogbegaafden onderpresteert. Schrok u daarvan?
Ja. We weten al langer dat één op de
tien kinderen in het basisonderwijs te maken heeft met onbenut
talent. Dat betekent dat kinderen beter zijn en meer capaciteiten
hebben dan wij er met ons onderwijs uit weten te halen. Dat vond ik
destijds al een alarmerend gegeven. Maar naarmate kinderen een hoger
IQ hebben, wordt het probleem navenant groter. Dat vind ik triest.
Vooral ook omdat, als je kijkt naar onze internationale positie, met
name de allerslimste kinderen het al geruime tijd minder goed doen
dan in het verleden. We willen kijken of we iets kunnen doen om deze
leerlingen tot bloei te laten komen.

In de brief gaat het om excellerende
kinderen. Dat is niet hetzelfde als hoogbegaafdheid?
Klopt, wij maken ruimte om voor de tien
procent aan de top iets te doen. We hanteren dus een bredere
definitie. Maar we willen nadrukkelijk iets extra's doen voor de 2,5
procent hoogbegaafden omdat, zoals ik net al zei, daar het reservoir
aan onaangeboord talent het grootst is.
Wat moet er gebeuren om dat aan te
boren?
Uiteindelijk moeten we een
cultuuromslag bewerkstelligen en zorgen dat er op een andere manier
naar deze kinderen wordt gekeken. Ik vind sowieso dat we meer moeten
kijken naar individuele kinderen en hun capaciteiten en minder vanuit
het systeem denken. Leraren zeggen al jaren dat we veel meer moeten
kijken naar de kinderen en het aanbod daarop aanpassen. Uiteindelijk
hoop ik dat we in het basisonderwijs leraren meer
handelingsperspectief kunnen geven.
Kunnen leraren dat? Een leraar heeft
op de Pabo nu hooguit een keuzevak hoogbegaafdheid gehad.
Op lerarenopleidingen spelen steeds
nieuwe thema’s, ik weet niet of daar de oplossing ligt.
Maar heeft de leraar daar de tijd en
mogelijkheden voor?
Dat is één van de zaken waarin wij
ongelofelijk investeren. Aan de ene kant in die scholing, ook tijdens
werkuren, dat is onderdeel van Actieplan Leerkracht. Aan de andere
kant in ondersteuning en het bieden van een lumpsum. Dan kunnen
scholen zelf keuzes maken en bijvoorbeeld onderwijsassistenten
inschakelen. Maar ook door het reservoir aan handelingsperspectieven
te verstevigen, dat bij docenten sowieso aanwezig moet zijn om
diverse en uiteenlopende groepen kinderen te kunnen ondersteunen. We
proberen in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven de pedagogische
kracht te verstevigen met een hoger aantal hbo’ers pedagogiek. Dan
kun je nog eerder signaleren dat er iets met het kind is.
Waar gaat de tien miljoen verder
heen?
De keuzes laten we over aan de
professionals. We stellen geld beschikbaar en randvoorwaarden en een
jury van wijze mannen en vrouwen bepaalt welke projecten een groot
rendement kunnen hebben voor de hele groep. Het is verstandig om ons
niet vanuit het ministerie persoonlijk te bemoeien met individuele
projecten. Dat is niet onze core business. Onze core business is
agenderen en faciliteren. Mij gaat het er nu om een signaal af te
geven. We vinden dit belangrijk en we willen dat er aandacht voor
komt. We zijn aan het kijken hoe we dat precies aanpakken. Ik kan nog
niet alles zeggen, want dat moet ik eerst ook aan de kamer
bekendmaken. Maar we gaan kijken hoe we iets digitaal aan kunnen
bieden zodat we een grote slag kunnen maken en iets breed uit kunnen
rollen.
U kunt nog niet zeggen waar die tien
miljoen precies aan uitgegeven wordt. Kunt u wel zeggen waarop
gefocust wordt?
De focus ligt op excellentie in het
basisonderwijs. In de brief zijn we vrij duidelijk. We kijken naar
oplossingen op het terrein van vroegsignalering, kijken of methoden
en leermiddelen werken. Sommigen zeggen: dat is dus maar €20 per
kind per jaar. Maar zo moet je dat niet zien. Ik zie meer heil in een
aantal sterke, grotere projecten waar uiteindelijk de hele groep bij
gebaat is.
Hoe wordt die tien miljoen verdeeld
over excellente en hoogbegaafde leerlingen?
Een van de dingen waar we naar kijken
is of een project een lerend vermogen heeft en meer scholen baat
hebben bij de uitkomsten. Uiteindelijk gaat het om het rendement dat
je wilt behalen. Helder is wel dat het rendement bij die kleine groep
het grootst is, omdat daar relatief gezien veel onbenut talent is.
Het gaat nu uitsluitend over primair
onderwijs?
Dat zijn keuzes die we hebben gemaakt.
We hopen een uitstraling te hebben naar het voortgezet onderwijs toe.
Maar al die enthousiaste leerlingen
die straks na dit soort projecten van school komen, moeten toch weer
verder in het bestaande voorgezet onderwijs.
Ja, maar tel nou eens eerst je winst.
We hebben bovendien Onderwijs Bewijs, waarin we iets vergelijkbaars
doen, met een andere aanvliegroute. Dus het is niet zo dat er op dat
terrein niets gebeurt. We proberen in de komende drie jaar heel
scherp te definiëren hoe we deze groep kinderen meer en uitdagend
onderwijs kunnen bieden. We willen eerst eens zien wat werkt.

Bent u er voorstander van dat
basisscholen zich specialiseren op dit vlak?
Ik zie nu al bepaalde scholen zich
specialiseren, zoals het Leonardo-onderwijs. Scholen kunnen zelf
kiezen wat hun profiel is. Ik hoop wel dat kennisoverdracht breder
beschikbaar komt. Zeker als je het hebt over inclusief onderwijs,
waarbij het belangrijk is dat de hele range van kinderen, niet alleen
die achterop lopen, een plek vindt in het onderwijs. Het is aan ons
om het aanbod goed op orde te krijgen. Dat neemt niet weg dat er
scholen zijn die kiezen voor een bepaald profiel.
U heeft geen voorkeur?
Ik vind het belangrijk dat we kijken
waar de behoefte van ouders en scholen ligt, in plaats van dat vanuit
Den Haag te bepalen. Ik denk dat de afgelopen tien jaar
onderwijsbeleid heeft uitgewezen dat dat niet altijd succesvol is. We
moeten professionals zoveel mogelijk hun dingen laten doen en niet
vooraf keuzes willen maken. Ik denk wel dat het belangrijk is dat in
elke regio die kennis is. Er zitten overal in het land kinderen die
aan de definitie van hoogbegaafdheid voldoen en die recht hebben op
passend onderwijs. Het moet dus niet zo zijn dat men noodgedwongen
een andere keuze maakt omdat het kind in het reguliere onderwijs niet
tot zijn recht komt.
Dus als het goed werkt zijn de
Leonardoscholen overbodig?
Nee waarom? Ik heb verschillende keren
contact gehad met de oprichter, Jan Hendrickx. Ik heb ontzettend veel
bewondering voor wat hij doet en ik denk dat je kunt vaststellen dat
hij een lacune opvult.
Kun je dat nu al vaststellen?
Als je ziet hoe succesvol hij is,
hoeveel aanmeldingen er zijn, voorziet hij kennelijk in een behoefte
van ouders.
Is het niet een signaal dat het
reguliere onderwijs op dit moment onvoldoende aandacht heeft voor
hoogbegaafdheid?
Je moet oppassen zulke harde oordelen
te vellen, het is zo weinig wetenschappelijk. Er is niet over de hele
linie een probleem, er zijn ook scholen waar juist wel aan de
behoefte van deze leerlingen tegemoet wordt gekomen, die scholen heb
ik ook bezocht.
En komt er geld beschikbaar voor
Leonardo-onderwijs?
Of dat er wel of niet komt is niet aan
ons. Zij doen veel ervaring op met deze groep. Het is belangrijk dat
die kennis beschikbaar komt. Dus het kan zijn dat er geld naar ze toe
gaat, als ze een goed voorstel indienen.
Ik begrijp van Hendrickx dat hij
graag ziet dat zijn leerlingen dezelfde status (en rugzak) krijgen
als de kinderen in het speciaal onderwijs.
Daar ben ik niet voor. Natuurlijk zijn
er hoogbegaafde kinderen die een rugzakje nodig hebben, maar
hoogbegaafdheid is niet een in de persoon gelegen probleem. Daarmee
stigmatiseer je deze kinderen.
Hoe denkt u over dat stigma? We
komen in dit werk veel ouders tegen die tegen de vooroordelen van
andere ouders oplopen.
Ik denk dat het belangrijk is dat we
excelleren normaal gaan vinden en op een goede manier omgaan met
kinderen die extra uitdaging nodig hebben en er meer waardering voor
hebben. Dat is niet iets dat je met een druk op de knop verandert.
Het begint met erkenning. Daarom is wat we doen nu heel belangrijk.
We erkennen dat deze groep er is. En daar moeten we voor zorgen, net
zo goed als voor al die kinderen die een onderwijsachterstand hebben.
Want ze zijn mij allemaal even lief.
Een ‘Its all right to be
bright’-dag zoals in Groot-Brittannië, is dat een idee?
Middelen zijn schaars. Het is de
bedoeling dat het geld zoveel mogelijk besteed wordt aan het helpen
van de kinderen zelf. Goed beleid verkoopt zichzelf. Ik zal heus niet
nalaten daar waar ik kan luidkeels aandacht te vragen voor deze
kinderen, volgens mij heb ik dat ook al wel gedaan. Dat zullen ook de
projecten doen, want dat zullen goeie projecten zijn die veel
losmaken in de samenleving, daar ben ik van overtuigd.
En wat gebeurt er na die tien
miljoen?
Het zal aan een volgend kabinet zijn om
daar vervolgstappen in te zetten. Het hangt af van de uitkomsten van
deze projecten. Dat ligt nog open. We willen de tijd nemen om
projecten tot wasdom te laten komen. En leerervaringen opdoen. Tegen
de tijd dat de wisseling van de wacht plaatsvindt – wat ons betreft
is dat pas in 2011 – kan een echt programma gemaakt worden. Ik zie
het zelf als een eerste stap van evidence based beleid. Er is veel
discussie over wat de juiste aanpak is. Voordat we er grootse
meeslepende discussies voeren over wat deze kinderen precies nodig
hebben, gaan we gewoon kijken wat werkt.
Uw partij, de PvdA, was altijd veel
gelegen aan nivellering. Deze aandacht voor de top klinkt als een
radicale wending in het beleid. Het klinkt elitair.
Ik vind het helemaal niet elitair. Of
je nou sociaaldemocraat bent of niet, het gaat erom dat ieder kind
tot zijn recht komt en ieder talent gemaximaliseerd wordt.
Persoonlijk vind ik dat juist passen bij de traditie van mijn partij!
Kader
Geld voor hoogbegaafdheid
Staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) stelt de komende drie jaar €
10 miljoen euro beschikbaar voor onderwijsprojecten om de slimste
tien procent van de leerlingen uit te dagen. Een nog te benoemen jury
gaat beslissen welke projecten het beste aan de randvoorwaarden
voldoen. Over jury en randvoorwaarden komt binnenkort meer
duidelijkheid.
Los daarvan is er het project Onderwijs Bewijs,
waarin een deel van in totaal € 25 miljoen euro beschikbaar is voor
het thema hoogbegaafdheid.
|