Als jonge onderzoeker
bekeek Erik Matser (1963) hersenschade bij boksers en kopsterke
spitsen. Als gelouterd wetenschapper helpt Matser topsporters -en met
name die van Chelsea- nog beter gebruik te maken van hun hersenen.
'Ze hebben zelf niet in de gaten hoe intelligent ze zijn.'
De bal aan een touwtje
 Erik Matser
Als een sporter, zeg een voetballer,
een bal moet ontvangen en weer doorspelen, moet die rekening houden
met de vorm, snelheid en baan van de bal, de plaats, baan en snelheid
van tegenstanders, en hetzelfde van medespelers. Wat gebeurt er in
die secondes in de hersenen, en wat onderscheidt dat proces van
rekenen. Kortom, was Cruyff een uitmuntende wiskundige, zonder dat te
beseffen?
Alle topsporters -en dan heb ik het
over topspelers van wereldklasse, en dat is hooguit een op de zoveel
miljoen- zijn hoogbegaafd. Daarvan ben ik overtuigd, na al het
onderzoek dat ik heb gedaan. Als ik de functies analyseer die nodig
zijn om een absolute topspeler te worden, kom ik op twee essentiele
hersenfuncties: het eerste is de visuele snelheid van
informatieverwerking, ofwel: de snelheid waarme je visuele prikkels
verwerkt. Het tweede is: het werkgeheugen, ofwel informatie opslaan
onder tijdsdruk, en daar iets mee doen. We hebben een aantal topspelers daarop
onderzocht. We lieten ze tests doen op het gebied van visuele
informatieverwerking en werkgeheugen, toegespitst op de niet verbale
componenten. Veel kan ik niet zeggen over de tests, daarvoor is het
nog te vroeg, we komen binnenkort met een wetenschappelijke
publicatie. Maar wat opvalt is dat wereldklasse spelers een extreem
snelle visuele informatieverwerking hebben. Dat betekent dat ze
altijd tijd over hebben. Ik heb ooit een topspeler horen zeggen: 'Ik
zag altijd alles vooruit. Het was alsof de andere spelers in slow
motion handelden.' Dat geeft een beeld van de snelheid van
visueel denken. Plus dat ze niet echt in de gaten hebben dat ze daar
zo goed in zijn. Wat ook opmerkelijk is, dat hebben ze me allemaal
verteld, is dat de bal onderdeel wordt van je lichaam, net als benen
en armen. Daarom loopt Lionel Messi door een verdediging heen zonder
naar de bal te kijken. De bal aan een touwtje, zo heet dat, is een
heel kenmerkend gegeven van hoogbegaafdheid. Deze spelers scoren ook extreem hoog op
het tests voor werkgeheugen. Zonder uitzondering zijn de scores
voorbij het 95e percentiel. Ik heb jongens getest, dat was echt heel
bizar. Ik dacht dat ze de antwoorden achter me konden zien, dat ik
die had laten liggen. Die jongens zaten heel relaxed voor me, en
kwamen direct met hun antwoord. Bijvoorbeeld onder tijdsdruk twaalf
cijfertjes geven, en die reproduceren in omgekeerde volgorde. Ze
deden het alsof ze voorgeprogrammeerd waren. Ze hebben dat zelf niet in de gaten.
Hun schoolopleiding is dikwijls heel matig, want -zo heet het- ze
zijn alleen maar geinteresseerd in voetbal. Ze lijken streetwise,
maar ze zijn gewoon intelligent. Al deze jongens kunnen naar de
universiteit, alleen hebben ze door hun achtergrond de kans nog niet
gehad. Of beter: de afkomst bepaalt dat ze met hun topbrein geen
academicus, maar topsporter worden. Je kan het al meten bij jongens van
dertien. Hun ontwikkelingsprognose is al te geven. Je kunt de
groeispurt, en de eindpunten berekenen. Daarom bestaat die jacht op
jonge spelers. De Chinezen hebben het ook gedaan: op vroege leeftijd
selecteren. Zo van: dat wordt een gewichtheffer, dat wordt een
zwemmer. Maar alleen op fysieke kwalititen. Terwijl het uiteindelijk
gaat om het brein, de aansturing vanuit het brein. Ik kan dat niet
meer anders zien. Ik ben hiermee ook bezig in de pianowereld. In
Imola heb ik een grote groep mensen onderzocht, met dezelfde
technieken. Dat waren de beste pianospelers van de wereld. Daaruit
moeten nog de besten gekozen worden. En die hadden exact hetzelfde
brein als de wereldvoetballers: ze hadden een supersnelle
informatieverwerking,een extreem goed geheugen en de piano zat net
als de andere ledematen in hun lichaamsschema.
U begeleidt een wereldclub als
Chelsea bij aanleren van mentale weerbaarheid en het beter gebruiken
van hersenen. Hoe gaat dat in zijn werk?
Ik heb bij Chelsea het idee ontwikkeld
van de voetbaluniversiteit. Een combinatie van een
cognitief lesprogramma voor hoogbegaafden en een specifiek programma
voor de ontwikkeling van de motorische vaardigheden. Hoogbegaafden
leren minder goed in een middelmatige context, ook wat betreft het
motorisch onderwijs. In mijn opinie moet je deze jonge topspelers met
een verbluffend hoog IQ ook geen geen herhalingsstof aanbieden.
Bovendien vraagt het een zorgvuldige selectie van docenten en
trainers, toptrainers dus. Maar deze spelers leren vooral van elkaar
en met elkaar. Dan gaat hun ontwikkeling extreem snel, als een raket.
Zet je ze in een groep waar ze niet begrepen worden, dan stagneert
hun ontwikkeling en ontstaat motivatieverlies en verveling. Ik ben ook psycholoog van het eerste
team. Voor hen is het een continue performance, in een doorlopend
circus. De aandacht is eigenlijk te veel, te groot. Als je zo
aanbeden wordt, loop je het risico narcistisch trekken te
ontwikkelen. Dan loop je het risico denkfouten te maken, en
vervolgens boordelingsfouten. Daarover praat ik met hen. We leggen
ook uit hoe stress werkt, de verhoging van cortisol, hoe dat je
denken en je geheugen aantast, hoe dat je spieren kan verstijven. Dat
ze weten hoe dat in elkaar zit, zodat ze ook op de lange termijn
mentaal gezond blijven. Ik hamer verder op een gezond familieleven.
Op normale dingen, voor de opvoeding van hun kinderen, de liefde voor
hun vrouw. Een warm nest. Blijkt dat ze dat zelf ook heel graag
wilden: gewoon stamppot, houthakken, en daarnaast zondags een hele
goede performance geven. Hetzelfde bleek ook bij het pianospelers,
dat ze hun gewone leven terugwilden. Iedereen heeft een shuttof
periode nodig. Mentaal uitrusten blijkt vaak belangrijker dan fysieke
rust.

Als we het hebben over
hoogbegaafden, doemt bij veel mensen een beeld op van onhandige
kinderen met brilletjes, die overal en altijd de beste van de klas
zijn, behalve bij de gymles. Denkt u dat dit beeld klopt? Wat zegt u
tegen ouders die zeggen: sport, dat is echt niets voor mijn kind?
Dat het absolute onzin is. Geef dat
kind een kans. Bied dat kind een sport aan, laat het zich
ontwikkelen. Het maakt niet uit welke sport, het gaat er om dat je
een kind veiligheid geeft en een goede trainer. Dan zal je zien dat
het toch een goede sporter kan worden. Dat menneke met dat brilletje
moet juist sporten. Misschien juist niet op schaken of schermen.
Gewoon op voetbal, hockey, basketbal. Zolang ze daar in veiligheid
aan prikkels worden blootgesteld. Lekker bewegen en de cognitie
koppelen aan de techniek. Zodat de zelfwaarde toeneemt.
Kijk, topsport vereist een bepaald
lichaam. Elk type sport vergt een bepaalde samenstelling van snelle
en trage spieren. Heb je dat, en je hebt ook dat brein, dan heb je
het pakket. Maar het meest kenmerkende van topspelers is hun brein.
Maradona was klein en dikkig, Van Basten een dunne slungel. Ik ken
voorbeelden dat je een dikkertje voor je ziet en denkt: dit wordt
helemaal niks. Maar door het brein te testen kan
men een goede prognose maken voor het succes in de toekomst. Dat
dikkertje is nu wel een van de sterspelers in de Premier League.
Wat zouden docenten moeten doen om
deze kinderen toch een waardevolle gymles te laten beleven?Is er
zoiets denkbaar als ingewikkeld gymmen, of een sport voor
hoogbegaafden, vanwege de moeilijheidsgraad?
Alle sporten zijn goed, maar hoe meer
wiskunde er in de sport zit, hoe passender voor hoogbegaafden. In
voetbal zit extreem veel wiskunde, in basketbal ook. Maar alle
sporten voldoen. Je moet deze kinderen alleen wel cognitief
benaderen. Vraag hoe ze het spelletje zouden willen spelen, praat
over de wiskunde, de lijnen in het spel. Teken wat patronen. Leg uit.
Dan krijg je de interessse, dat het niet alleen rennen is, maar dat
er meer in zit. Dat je beter wordt als je nadenkt. Maak dat 'menneke
met dat brilletje' juist spelverdeler, en die jongetjes met snelheid
en bravoure juist waterdragers. Dan haal je het rendement eruit. Een spielmacher, een spelbepalende middenvelder, dat is vooral een
cognitief talent.

Vergeleken met dieren is de mens de
eerste jaren vreselijk langzaam in lichamelijk ontwikkeling, maar dat
geeft wel ruimte voor de ontwikkeling van de hersenen. Er zijn
kinderen die motorisch nog langzamer zijn, bijvoorbeeld pas laat
leren fietsen. Is het verstandiger om die kinderen hun eigen moment
van leren te laten kiezen, of moet je zo'n kind meer stimuleren toch
die fiets te pakken?
Ik zeg: hoe eerder, hoe beter.
Natuurlijk. Je benadeelt je kind als je dat niet doet. In de
sensitieve periode moet je een kind juist extensief trainen. Je moet
een kind taal aanbieden wanneer die bezg is met taalontwikkeling. Je
moet iemand motorisch stimuleren wanneer die die motoriek ontwikkelt. Daarom is gymles op school veel belangrijker dan
men denkt. Ook voor de cognitieve ontwikkeling. Het is toch
prachtig wanneer je je vaardigheden niet alleen in de klas, maar ook
op het veld kunt laten zien. Als je bijvoorbeeld een wereldpass geeft
op het hockeyveld? Die sensitieve periode loopt door tot het
eenentwintigste levensjaar. Daarna zijn de prestaties van toppers pas
echt subliem. Alleen weet ik wel dat die wereldklasse de sublimiteit
al op jonge leeftijd laat zien. Op zijn zesde was Messi al enorm
goed.
|