Simon van Lierde (12) fotografeert
sinds zijn tiende en geldt nu al als talent. Afgelopen jaar won hij
de hoofdprijs in de Nederlandse fotowedstrijd van National
Geographic for Kids. De winnende foto werd daarna uit
vijftienduizend inzendingen ook nog eens als beste in de
international photo contest gekozen. 'Soms zie ik mieren
vechten en dan denk ik: dat moest ik 'ns proberen te fotograferen.'
 Simon van Lierde
Factor: Talent
Van best veel mensen hoor ik dat ik
mooie foto's maak. Mijn moeder zegt dat ik veel met licht doe. Ik
vind het allemaal best wel meevallen. Vergeleken met anderen is het
wel iets beter, dat zie ik zelf ook. Want het zijn geen
vakantiekiekjes. Daar nemen mensen een foto en wanneer alles wat ze
er op willen er ook op staat, zijn ze al tevreden. Ik niet. Ik let
dan iets meer op het camerastandpunt, bijvoorbeeld. Ik neem op
vakantie trouwens niet zoveel kiekjes. Daar klagen ze wel eens over,
de anderen in mijn familie. Voor de rest ben ik ook wel slim. Ik
heb dingen snel af en zo. En ik haal goede cijfers.
Factor: Toeval
Ik weet eigenlijk niet waarom ik die
fotowedstrijd heb gewonnen, tenminste: ik had het niet verwacht.
Eigenlijk had ik zelf een andere foto uitgekozen, een portret van
mijn vader in zwart-wit. Maar mijn moeder zei: neem die met die
schommel. Dat is mijn neef, die zit op de schommel in hun achtertuin.
Het licht is wel bijzonder, en de kleuren daardoor ook. En er zit
beweging in. Dit was de vijfde of zesde uit een serie van ongeveer
tien. De camera-instellingen heb ik niet gewijzigd, wel het
camerastandpunt. Eind vorig jaar kreeg ik ineens een
telefoontje dat ik de Nederlandse wedstrijd had gewonnen. En een paar
weken later dat ik zelfs de internationale wedstrijd gewonnen. Dat
was al helemaal een verrassing. De jury vond hem een 'beetje
griezelig', stond in het rapport. Dat vond ik zelf niet. Misschien, als ik nooit een camera had
gezien was ik er ook nooit mee begonnen. Tenminste, niet zo vroeg.
Maar iedereen had een cameraatje, en dat leek me ook wel interessant.
Uiteindelijk was ik er dus hoe dan ook wel tegenaan gelopen.
Factor: Inzet
Door de week fotografeer ik niet erg
veel, maar het weekend pak ik altijd de camera mee. Zaterdags ga ik
vaak met mijn vader op stap, meestal naar België. Mijn ouders komen
daar vandaan, ik ben eigenlijk Belg. Of we gaan hier in Scheveningen
naar het strand. Of ik zie een brug die ik wil fotograferen. Dan maak
ik in een uurtje iets van zestig foto's, ga ze thuis bekijken en soms
wat bewerken. De beste stuur ik naar de printer. En als ik zondags
zie dat het ineens mooi licht is ga ik nog een keer. Hard werken vind
ik dat niet, nee. Toch merk ik dat de foto's steeds beter worden. Na
elke vakantie bijvoorbeeld is het echt weer een stuk beter. Het kan
altijd beter. Laatst had ik foto's gemaakt op het strand, maar zag ik
thuis dat ik toch meer op mijn compositie moet letten. De zon stond
te ver aan de rand, er stond maar een half zusje op. Dat moet echt
beter.
 'Stond er maar een half zusje op. Dat moet echt beter.'
Factor: Ouders
Mijn vader kocht een nieuwe
spiegelreflexcamera, en ik wilde ook een camera. Eerst kreeg ik zo'n
compact camera. In de woestijn van Marokko kwam daar zand in. Een
jaar later, voor mijn elfde verjaardag, kreeg ik mijn Nikon D80.
Eerst hadden ze het niet in de gaten, maar na een tijdje hoorde ik
mijn ouders steeds vaker zeggen dat de foto's die ik maakte mooi
waren. Ik ga de weekends dus vaak met mijn
vader op stap, om te fotograferen. Vaak vergelijken we de foto's
achteraf. Meestal zijn de mijne mooier dan die van hem. Die van hem
zijn vaak wat saaier. Dan zegt ie: o, daar heb ik helemaal niet aan
gedacht. Hij is gewoon niet zo creatief als ik. Soms is het moment
van afdrukken, soms de positie. Niet dat ik erg ingewikkeld doe hoor,
meestal druk ik ook gewoon af. Ik kies wel vaak bewust voor meerdere
standpunten. Welke de goede is weet ik niet meteen, daar is het
schermpje te klein voor. Later zie ik dat pas.
Factor: Hulp
Verder bemoeien mijn ouders zich niet
zoveel met mijn fotografie. Eigenlijk fotografeer ik altijd alleen.
Niet met andere kinderen bedoel ik. Ik heb het ook niet van iemand
speciaal, van een opa, of oma of oom of zo. Een idool of voorbeeld
heb ik niet, nee. Of het moeten journalistieke foto's zijn, want die
vind ik vaak mooi. Twee jaar geleden heb ik wel een fotocursus
gedaan. Ik dacht: laat ik 'ns een cursus gaan doen, om beter te
worden. Vooral compositie heb ik daar opgepikt. Dat ging ook nog over
analoge fotografie, met de donkere kamer, om te ontwikkelen en te
fixeren en zo. Leuk. Ik zit nu op het Segbroekcollege,
Gymnasium, brugklas. Op maandag hebben we kunstplan. Dan gaan we naar
de kunstacademie. Daar krijgen we tekenen, interieurarchitectuur en
nu ook fotografie. Dat is leuk, maar ik leer daar niet zo heel veel
bij. Het meeste weet ik eigenlijk al, over diafragma, sluitertijd en
zo.
Factor: Imago
De meesten kinderen uit mijn klas weten
dat ik die wedstrijden heb gewonnen. Vooral de internationale prijs
maakte indruk op school. Dat merkte ik wel. Maar ik vind mezelf niet
meteen heel goed of speciaal of zo. Ik heb op school foto's gemaakt
van de open dag. Die vond de juf erg mooi. En als ik voor het
plaatselijk krantje zou kunnen gaan fotograferen doe ik dat ook
graag. Aan een imago denk ik eigenlijk nog helemaal niet.
Factor: Zelfkennis
Ik ben een beetje lui. Ik zit verder
nergens op. Tekenen heb ik altijd veel gedaan. En schilderen. Vroeger
heb ik ook teken- en schildercursussen gedaan. Nu heb ik wat meer
tijd voor mijn schoolwerk nodig, dus komt het er niet meer zoveel
van. Ik denk trouwens niet dat het tekenen en schilderen veel met de
fotografie te maken heeft. Schaken doe ik niet en wiskunde, nee, daar
ben ik niet speciaal goed in. Ik ben juist meer talig. Lezen doe ik
erg graag.
Factor: Motivatie
Twee lenzen heb ik er bij gekocht. Een
normale lens, maar van een iets betere kwaliteit dan de
starndaardlens, en een zoomlens. Nu ben ik ook nog aan het sparen ik
voor een macrolens, de helft van mijn zakgeld leg ik daarvoor opzij.
Het gaat wel even duren, want die lenzen zijn erg duur. Ik mag eind
deze maand met mijn vader naar New York, vanwege die internationale
eerste prijs. Naar het hoofdkantoor van National Geographic, en
daarna nog met een fotograaf op stap, geloof ik. Die reis is meer dan
drieduizend euro waard. Dat zou ik eigenlijk liever in lenzen en
fotospullen steken, als ik de keus had. Maar die heb ik niet. Ik vind het vooral leuk dat ik mooie
foto's kan maken. Wat betreft de fotografie vind ik mezelf goed in
portretfotografie. De mensen staan er meestal normaal op en het licht
is mooi. Maar ik wil nu vooral beter worden in natuurfotografie. Want
ik wil natuurfotograaf worden. Volgende week mag ik voor de
Nederlandse eerste prijs een dag met een professionele
natuurfotograaf mee, naar natuurpark Beekse Bergen. Daar kijk ik wel
naar uit. Hij maakt veel foto's van planten. Dat wil ik ook meer gaan
doen, en van beestjes. Daarom wil ik ook die macrolens. Ook om torren
en zo te fotograferen. Of vechtende mieren. Soms zie ik dat gebeuren
en dan denk ik: dat moest ik 'ns proberen te fotograferen.
Factor: Toekomst
Ik ga dit jaar meedoen met de Young
Wildlife Photographer of the Year-fotowedstrijd. Daar zal ik niet
snel winnen, want dat is zoiets enorms. Daar doen echt heel veel
mensen aan mee. En als ik de winnaars daarvan zie: die zijn ook echt
supermooi. Ik denk niet dat ik dat niveau al heb. Ik heb al wel wat
foto's gemaakt van eenden. En ik heb wat foto's uit Engeland, daar
was ik laatst met mijn moeder. Landschap, strand, meeuwen. Mensen
vind ik minder interessant dan natuur. Ik vind het leuker om dieren
te fotograferen, vooral omdat het een uitdaging is om te doen. Verder kijk ik eigenlijk nog niet. Ik
denk er nog niet vaak over na, over de toekomst. Maar ik denk wel dat
ik natuurfotograaf word en veel ga reizen. Ik ben best goed op
school, dus heb best veel keus in wat ik wil worden. Maar de rest
vind ik best saai. Dus ga ik naar de fotoacademie. Dat is al best
zeker.
 'Dus ga ik naar de fotoacademie. Dat is al best zeker.'
|