 Jan, zwarte band, Nederlands jeugdkampioen
Jan Wielinga (10, brugklas gymnasium)
zit sinds zijn zesde op teakwondo. In de woonkamer showt Jan een
lange reeks vloeiende bewegingen van alle ledematen, uitmondend in
een hoge voetbeweging gepaard met een luide 'taah!' richting camera.
Wat Jan doet heet stijl, de demonstratietak van taekwondo. Jan heeft
een manshoge prijzenkast vol bekers, want Jan is erg goed in
taekwondo: hij is open Belgisch kampioen en Nederlands jeugdkampioen.
Maar wat er precies zo leuk is aan taekwondo, daar kan Jan even geen
antwoord op geven. Vader Carel wel: 'Hij vindt het leuk omdat hij er
zo goed in is. Hij houdt van competitie, van voorlopen, van winnen.'
Jan weet zeker dat hij verder wil met taekwondo. Veel verder. De
kampioensaspiraties ontbreken niet, zelfs de Olympische spelen
lonken. 'Dat zou ik best willen ja. Maar dan zal ik veel moeten
trainen. En moet ik gaan sparren, de gevechtstak van taekwondo. Daar
begin ik binnenkort mee.' Jans ouders hebben destijds diep nagedacht
over een passende sport voor hun hoogbegaafde zoon. Een teamsport kon
het bijna niet worden, want Jan liep al twee jaar voor op zijn
leeftijdsgenoten, vertelt vader Carel: 'We kwamen uit bij teakwondo;
een individuele sport, waarbij je zelf je leertempo bepaalt. Verder
was Jan een enorm gevoelig jongetje, aanrakingen kon hij bijna niet
verdragen. Taekwondo- dachten we- zou hem daar overheen helpen op een
voorzichtige manier. Het is een erg sociaal gebeuren, binnen de
taekwondo gaat iedereen reuze vriendelijk met elkaar om. Plus de toch
vrij hoge moeilijkheidsgraad; je moet een lange reeks bewegingen
onthouden en uitvoeren. En vervolgens automatiseren, wat heel goed is
voor een hoogbegaafd kind, die hebben daar vaak moeite mee. Jan ging
pas fietsen op zijn negende, toen hij naar schoolzwemmen moest
fietsen met de klas. Wel gek voor iemand wiens prijzenkast toen al
vol stond met glimmende bekers.'
 Olympische spelen? Dat zou ik best willen, ja.
|