|
 Jongemannen in Basateen foto Nico te Laak
(IS, mei 2009)
Handelaars en migranten gebruiken de
oude zeeroute tussen Jemen en Somalië al millennia om van Afrika
naar Azie te reizen, maar nooit in de mate van vandaag. Tweehonderd
vluchtelingen dagelijks spoelen aan langs de ruim duizend kilometer
lange kust van Jemen. Vorig jaar steeg het totaal aantal
bootvluchtelingen tot net onder de zestigduizend, nauwelijks minder
dan het totaal aantal dat jaarlijks strandt op de Zuid-Europese
kusten. Alleen ontbeert het straatarme Jemen de middelen om de
vluchtelingen hulp, onderdak of een glimpje toekomst te bieden.
De gemiddelde vluchteling is twee
maanden voor de bootreis vanuit het gewelddadige Mogadishu in
Zuid-Somalië vertrokken naar de relatief rustige havenstad Bossasso
in Puntland, Noord-Somalië. Na het boeken van een overtocht voor
zeventig dollar zit de vluchteling een etmaal in een overvol
scheepje. Sommigen lijden schipbreuk en dobberen nog dagenlang rond,
een enkeling zelfs wekenlang. Ruwweg een op de vijftig overleeft de
reis niet. De meeste bootvluchtelingen stranden rond het centraal
gelegen havenstadje Bir Ali. Vanaf het strand strompelen ze verder,
langs de hoofdweg tussen de Zuid-Jemenitische havensteden Aden en
Mukalla.
 foto Nico te Laak
Vissers en dorpelingen met een UNHCR
contractje brengen de vluchtelingen naar een van de achttien lokale
verzamelcentra. Van daaruit reizen de vluchtelingen door naar een van
de twee transitcentres, gerund door de internationale
vluchtelingenorganisatie UNHCR en gecontroleerd door de Jemenitische
regering.
Somaliërs-ruim tweederde van alle
vluchtelingen – krijgen zonder omhaal de vluchtelingenstatus en
kunnen gaan waar ze willen. Een deel reist direct door naar
welvarender landen op het Arabisch schiereiland of nog verder, een
ander deel verkiest een langer verblijfhet vluchtelingenkamp Al
Kharaz of een tijdelijk verblijf in Basateen, een sloppenwijkje aan
de rand van havenstad Aden. Niet Somaliërs -Ethiopiërs, Eritreers,
andere Afrikanen- krijgen maar moeilijk de vluchtelingenstatus, reden
dat tweederde van hen direct onderduikt in een van de Jemenitische
steden.
 foto Nico te Laak
Al Kharaz is een traditioneel
vluchtelingenkamp, in een vrij desolaat gebied ver weg van alles.
Twaalfduizend kwestbare en behoeftige vluchtelingen krijgen er
voedsel, onderdak, zorg en veiligheid van de UNHCR. Vrijwel niemand
heeft er werk, andere ontplooiingsmogelijkheden zijn er ook niet. In
Basateen lijken de omstandigheden meer op een 'gewone' sloppenwijk.
Er is soms werk, er is wat handel, er is meer vrijheid en er zijn wat
mogelijkheden tot ontplooiing. Kinderen kunnen naar school en voor
volwassenen zijn er wat beroepscursussen. Vrouwen doen doorgaans
huishoudelijk werk in de stad, mannen wassen auto's of hebben
onderbetaalde baantjes in de bouw. In Basateen schommelt het aantal
Somaliërs rond de zestienduizend. De meeste van hen bereiden zich
voor op de volgende etappe naar hun reisdoel: Saoedi Arabië, Dubai,
of zelfs Europa.
 foto Nico te Laak
Hieronder de concrete
toekomstplannen van vijf bewoners van Basateen.
 Fatma en Saida foto Nico te Laak
Foto 1. Fatma Hassan (27) en dochter
Saida (10 maanden).
Ik ben gisteravond aangekomen. Mijn oog
ziet er misschien raar uit, omdat ze me op de boot hebben geslagen.
Ik weet niet waarom. Ik kom uit Mogadishu, ben weduwe en was al dat
vechten om me heen zat. Ik zit hier op de hoek te wachten omdat ik
mijn zus en haar familie zoek, die zouden hier ook moeten zitten.
Vanuit Bossasso heb ik mijn zus gebeld. Die zei: kom maar. Maar nu
ben ik haar telefoonnummer verloren op zee, dus kan ik haar niet
vinden. Ik wil als huishoudster gaan werken, hier in Aden, of in
Sana'a. En als ik wat geld verdiend heb doorreizen naar
Saoedi-Arabië, en daar hetzelfde werk doen. Mijn dochter moet wel
eten namelijk. Toch, als het vandaag vrede zou worden in Mogadishu
zou ik daar morgen weer zijn. Die dag gaat komen, alleen weet ik
natuurlijk niet wanneer.
 Mohammed Ahmad Abdu foto Nico te Laak
Foto2. Mohammed Ahmad Abdu (21).
Ik heb altijd het ideaal gehad
te studeren en daarmee helpen mijn land op te bouwen. Vorig jaar heb
ik dat idee definitief opgegeven. Er is helemaal geen veiligheid in
Mogadishu. Je kan er niks. Toen ook het laatste beetje handel dat ik
had werd gestolen ben ik vertrokken. Ik ben hier nu een maand., maar
eerlijk gezegd valt het me zwaar tegen. Er is hier zoveel redtape
en gebrek aan hulp. Ik heb een hele degelijk schoolopleiding en wil
verder studeren, maar ze helpen je hier niet. Mijn diploma wordt niet
eens erkend. Mijn plan is vijf jaar weg te blijven, om geld te
verdienen voor de familie thuis. Als ik de kans krijg zal ik verder
trekken, maar ik weet: die kans komt niet, dus zal het hier moeten
gebeuren. Ik heb me er allang bij neerlegd dat een grauwe toekomst
voor me is weggelegd. Iets anders kan niet.
 Moussa en Jamac foto Nico te Laak
Foto 3. Moussa Ismael Roldi (56) en zoon Jamac (8).
Acht jaar
geleden zijn mijn vrouw en drie kinderen omgekomen in Mogadishu. Drie
jaar daarna zijn Jamac en ik vertrokken, om een betere toekomst voor
hem te zoeken. In de vijf jaar dat we in Jemen zijn hebben we
eigenlijk overal al gewoond: In de steden van Jemen, in het Al
Kharaz-kamp, nu weer hier in Basateen. Ik heb al vaak media te woord
gestaan en mijn klachten over de toestanden in Jemen en wensen over
de toekomst geuit, maar dat wordt niet altijd gewaardeerd door de
bestuurders van de kampen. Het liefst wil ik resettlement voor mij en
Jamac. Ergens in het Westen. Jamac: Ik wil president worden van het
land dat me wil ontvangen. Dan kan ik mijn land Somalië beter
helpen. Het best is natuurlijk Amerika, dan kan ik echt wat doen. En
anders wil ik graag voetballer worden. Liefst bij Barcelona. In de
spits.
 Halima Warsame foto Nico te Laak
Foto 4. Halima Warsame (35).
Twee van deze kinderen zijn van
mijzelf. Voor de rest zorg ik als opvangmoeder. De moeder van dit
kind is verdronken in zee. De moeder van deze twee is gek geworden.
En de moeder van dit kind heeft iemand vermoord en is teruggevlucht
naar Somalië. De rest van de kinderen is hier omdat hun moeders
werken in de stad. Daar krijg ik geld voor. Tussendoor maken we
handelswaar, mooie koffertjes en zo, voor in het winkeltje. Ik ben
trots op wat ik hier heb bereikt, tegen de verwachting in. Ik ben
hier al sinds 1996, toen is mijn familie vermoord en ben ik gevlucht.
Ik ben tweemaal teruggeweest om familieleden te zoeken, maar heb ze
nooit gevonden. Nu leef ik voor deze kinderen, en vooral voor mijn
zonen. Die moeten veel meer leren dan ze hier kunnen. Dat kan in het
westen, het liefst in Holland of Canada. Ik weet niet hoe realistisch
die gedachte is. Wat ik wel zeker weet is dat ik overal zal
overleven.
 Mohammed Yacoub foto Nico te Laak
Foto 5. Mohammed Yacoub (27).
Ik vertrek morgen naar Saoedi
Arabië. Ik heb mijn broer gebeld, hij zegt dat er nu genoeg werk is.
Ik heb geld om de smokkelaars te betalen. We reizen met verschillende
auto's en vrachtwagens. Voor de checkpoints stap ik uit, loop er
omheen, en een stuk erna stap ik weer in. Uiteindelijk wil ik van
Saoedi Arabië weer verder reizen, naar Europa. Kijk, we zien mensen
in Somalië terugkomen uit Europa. Die vertellen over de vrijheid, de
eerlijkheid, de vrede, de rust. Die wil ik ook. Natuurlijk kan dat.
We horen de verhalen over gevaar, van de UNHCR en ander
hulporganisaties. Dat ze het afraden, dat er toch geen werk is en dat
je geen leven zou hebben. Maar vertel me: als ik met die idioten in
Somalië heb kunnen samenleven, waarom zou ik dan niet kunnen slagen
in Europa? Wat is er moeilijk aan de keus tussen de zekerheid van
alsmaar voortdurende ellende en de onzekerheid tussen geluk en dood?
 Jonge Somalische mannen in Basateen foto Nico te Laak
|