Anish Giri:
Russisch-Nepalees-Nederlandse autodidact
In de serie Uitblinkers Junior
speurt Talent naar de overeenkomsten tussen jong talent. De
Russisch-Nepalese Anish Giri (15, 3VWO) is volgens sommigen een
wonderkind, of supertalent. Anish werd afgelopen voorjaar de jongste
grootmeester ter wereld, maar ziet zichzelf niet als een exceptioneel
mens. 'Wat ik van mezelf weet is
dat ik psychologisch wel goed in elkaar zit. Ik ben niet snel van
mijn stuk te brengen.'
 Anish Giri: wonderkind?
Factor: Talent
Ik
ben goed in logisch denken. Daarom kan ik goed schaken. Als ik schaak
-of over schaken nadenk- zie ik in mijn hoofd een schaakbord, en
daarop reken ik de varianten uit. Dat kan ik dus beter dan anderen.
Ik vind mezelf zeker niet dom, maar ook niet opvallend slim. Wiskunde
gaat me inderdaad iets beter af dan anderen, maar een nerd ben ik
zeker niet. Gewoon een gemiddelde leerling met een voorkeur voor
wiskunde, geschiedenis en natuurkunde. En met een gezonde hekel aan
de talen. Ik heb geen opvallend goed geheugen, dat is het zeker niet.
Volgende week is het proefwerkweek en daarom moet ik dit weekend
gewoon hard leren. Rijtjes stampen, woordjes leren, anders lukt het
niet.
Factor: Toeval
Mijn moeder leerde me al
vroeg rekenen en lezen, omdat ik daar aan toe was. Op mijn vijfde
kwam daar een schaakbord bij. Kort daarna ging ik naar een
schaakclub, in Sint Petersburg waar we toen woonden. Al snel speelde
ik tegen oudere kinderen, omdat ik alles won. Zo ging dat al die
jaren verder. Ik ben vaak kampioen geworden, heb veel bekers
gewonnen, maar won heus niet altijd. In Rusland is de concurrentie
namelijk groot.
Of het toeval is, of het in mijn bloed zit, ik
weet het niet. Ik weet echt niet waar mijn schaaktalent vandaan komt.
Hoe kan ik dat nu weten? Mijn vader schaakt niet, mijn moeder een
beetje. Zowel mijn Russische als mijn Nepalese opa spelen goed
schaak. Mijn zusje van tien kan wel een beetje schaken, maar ze doet
het niet erg graag. Ik denk wel dat de verhuizing naar Nederland
belangrijk is geweest. Hier kreeg ik de kans om tegen sterke mensen
te spelen en ook om wat training te krijgen.
Factor: Inzet
Soms heb ik geen zin in huiswerk, net
als alle kinderen denk ik. Dan moet ik even doorzetten om het toch af
te maken. Ik zit sinds anderhalf jaar op het Grotiuscollege, een
gewone Nederlandse school, ik doe daar tweetalig VWO. Dat gaat goed.
Alleen voor Nederlands heb ik bijles nodig, al doe ik dat vak volgend
jaar waarschijnlijk ook gewoon met de klas mee. Voor het schaken heb
ik geen doorzettingsvermogen nodig, omdat ik het altijd graag doe.
Zoveel mogelijk partijen spelen. Af en toe een schaakboek lezen.
Liefst win ik natuurlijk, maar verliezen vind ik niet erg. Dan kan je
analyseren wat er beter had gekund. Ik kom bijvoorbeeld redelijk vaak
in tijdnood, daar moet ik nog aan werken.
Factor: Motivatie
Ik zit gemakkelijk
vier uur achtereen te schaken op het internet, of partijen te
analyseren op de computer. Ik speel graag internetschaak. Tegen
bekenden, tegen onbekenden, tegen iedereen. Natuurlijk kan ik nog
veel leren van ervaren schakers, openingsrepertoire en zo. Daarom ben
ik blij dat ik volgend jaar training krijg via de bond. Om beter te
worden zal ik moeten studeren, dat weet ik. Toch denk ik dat ik het
meeste leer door veel te schaken, door veel wedstrijdervaring op te
doen. Ik zie mezelf nog steeds vanzelf vooruit gaan. Het meest houd
ik van creatief, agressief schaak. Als je vraag wat mijn idolen zijn
zeg ik: Anand en Kasparov.
Factor: Ouders
Mijn moeder is de eerste jaren
meegegaan naar de schaakclub. Later bracht mijn oma me, omdat mijn
moeder voor mijn zusjes moest zorgen en mijn vader veel in Japan zat.
We hebben daar met tussenpozen in totaal drie jaar gewoond, in Japan.
Nu we in Nederland wonen regelt mijn vader het meeste. Toernooien,
vervoer, interviews, dat soort dingen. Hij is een beetje mijn
manager. Toen ik door het Corus-toernooi een paar dagen niet naar
school kon heeft hij dat ook geregeld. De school doet daar niet
moeilijk over. Dan haal ik de proefwerken later in, of we plannen
alles om die proefwerken heen. Mijn ouders laten me vooral gewoon
mijn gang gaan. Het enige dat mijn moeder zegt is dat ik wat meer zou
kunnen sporten.
Factor: Hulp
Toen mijn vader wist dat hij in Delft
ging werken heeft hij daar een schaakclub voor me gezocht. Ik ben
daar niet erg vaak, eigenlijk alleen als we zwaardere toernooien
spelen waar ook goede tegenstanders komen. Ik ben officieel Rus, maar
heb inmiddels de Nederlandse schaaknationaliteit. Ik denk dat we
voorlopig in Nederland blijven, want het bevalt ons hier wel. Hier in
Nederland sta ik nu rond de zestiende plaats (inmiddels 12e, red.),
in de wereld zeshonderdzoveelste (inmiddels 433e, red.). In de
Nederlandse schaakcompetitie speel ik voor Den Bosch. Maar ook daar
kom ik niet vaak, het is te ver weg. Als we wedstrijden spelen komen
ze ons meestal halen. Van Daniel Fridman -die speelt ook bij Den
Bosch- heb ik het afgelopen jaar wel veel geleerd. Vooral
openingsrepertoire. Volgend jaar kom ik in aanmerking voor
bondstraining, door een goede schaaktrainer: Chuchelov. Daar zie ik
best naar uit. Maar het meeste doe ik toch zelf.
Factor: Imago
In mijn klas wisten ze al dat ik goed
schaakte. Toen ik afgelopen voorjaar de grootmeestertitel haalde,
stond het op de website van de school, dus nu weet iedereen het. Dat
ik grootmeester werd was eigenlijk niet zo verrassend meer, zowel
voor mezelf als mijn omgeving. De vraag was alleen: wanneer gebeurt
het. Maar niemand doet nu anders, of raar tegen me. Het hoort erbij,
die aandacht. Ik vind het wel interessant. Je bent niet de eerste
journalist hier, een schaakblad was hier eerder, plus een Rijswijkse
krant. Een media-strategie hebben we niet, nee. Haha, stel je voor.
We laten alles gewoon op ons afkomen.

Factor: Zelfkennis
Ik ben fysiek een beetje lui. Dat
realiseer ik me sinds kort, want nu ik meer topschakers tegenkom zie
ik dat als je echt de top wil halen, dat je dan ook fysiek goed in
orde moet zijn. Dat je moet sporten. Sporten met klasgenoten doe ik
graag, maar het gaat een beetje moeilijk want die wonen allemaal in
Delft, en ik in Rijswijk. Misschien dat ik komend jaar naar de
sportschool ga.
Wat ik verder van mezelf weet is dat ik
psychologisch wel goed in elkaar zit. Ik ben niet snel van mijn stuk
te brengen. Of je dat nuchter noemt, ik weet het niet. Ik weet niet
of dat een goed idee is, want ik ben echt niet altijd rustig. Ik heb
zelf in elk geval nooit last van tegenstanders. Zij wel van mij,
soms. Ze vinden soms dat ik teveel beweeg. Laatst maakte een
tegenstander bezwaar omdat ik een broodje at tijdens de partij. Ik
doe dat echt niet expres, ik had gewoon honger. Ik denk dat hij niet
tegen zijn verlies kon.
Factor: Toekomst
Ik
weet nog steeds niet of ik tot de beste schakers ter wereld ga horen,
maar dat is wel altijd mijn doel geweest. En natuurlijk wil ik
graag wereldkampioen worden, maar heel belangrijk vind ik dat niet,
want wereldkampioen worden hangt ook van toeval af. Liever speel ik
langere tijd op hoog niveau. Het is redelijk waarschijnlijk dat ik na
mijn middelbare school direct ga schaken, maar het kan ook heel goed
dat ik eerst ga studeren. Ik zou niet weten wat, dat kan alles zijn,
al ligt iets technisch wel voor de hand. Maar kijk, er zijn
beroepsschakers die nooit een vak hebben geleerd en nu voortdurend
toernooien moeten schaken om aan hun brood te komen, ook al hebben ze
maar een matig niveau bereikt. Dat wil ik niet. Bovendien, er is meer
dan schaken in de wereld.
Naschrift redactie: Afgelopen maand –
enkele weken na bovenstaand interview werd afgenomen - debuteerde
Anish Giri op het Nationale Kampioenschap Schaken. Anish eindigde als
kampioen van Nederland.
|