Op het kwetsbare eiland Socotra
probeert de internationale gemeenschap de Jemenitische chaos middels
ecotoerisme buiten de boot te houden. Anders zou de unieke flora wel
eens kopje onder kunnen gaan.
 Aomak: Tentje voor de toeristen foto Nico te Laak
In de loop van de dag strijken de
handjesvol toeristen neer onder het lange rieten afdak, aan de mond
van de brede baai van Ditwah, wettelijk beschermd natuurgebied. Aan
de horizon het romige wit van een uitgestrekte branding, daarboven
dikke wolken krijsende visdiefjes. Langs de vloedlijn rennen grote
grijze krabben zijwaarts heen en weer. Dan trekt de Indische oceaan
zich terug en komt het Socotraanse wad droog te liggen. Vissers
oogsten spartelende pijlstaartroggen en enorme rood met blauwe
krabben uit de modder, alles te koop voor drie dollar het stuk.
Vanuit een barakje helemaal achterop het strand voorzien Socotraanse
gidsen de toeristen van thee, brood en rijst met vis. 'Waar?', vraagt
een Spaanse verbaasd, als haar begeleider wijst op een houtje kotje
in de verte.' Echt? Is dat de enige wc?' Dan zakt de zon in de
Indische oceaan, en trekken de toeristen zich terug in hun
koepeltentjes. Wassen is er vanavond helaas niet bij, bij het houten
kotje houden de voorzieningen toch echt op.
 weird: the bottletree foto Nico te Laak
De Galapagos van de Indische Oceaan, zo
noemen touroperators Socotra graag. Op het archipelletje leven
honderden planten, dieren en zeeschepsels die nergens anders ter
wereld voorkomen. Vandaar. Achtergrond van de bijzondere flora en
fauna is de geïsoleerde ligging van het eiland: pakweg tweehonderd
kilometers uit de kust van Puntland, deelrepubliek van Somalië, en
nog eens vierhonderd van moederland Jemen naar het noorden. Woeste
moessonwinden teisteren de wateren rond Socotra minimaal vier maanden
per jaar. De andere maanden is Socotra bereikbaar voor zeevarenden,
alleen ontbreekt een goede haven en was er behalve geiten en wierook
eigenlijk nooit zo veel te halen. Socotranen spreken daarom een eigen
taal en praktiseren een eigen Islam. Maar het is vooral de
merkwaardige flora die Socotra de laatste jaren maakten tot een
pelgrimsoord voor botanici, ornithologen en andere biologen. 'Saaie
mensen soms', zegt de jonge gids Wagbi 's avonds bij een concert van
golven en krekels. 'Overdag kijken ze de hele dag door hun kijker, 's
avonds de hele tijd in hun boek.' Toch is Wagbi blij met hun komst,
want ze brengen de nodige dollars mee. 'In de zomer wil ik studeren
op het vasteland. Ik wil apotheker worden. Dat kan hier niet.'
 Skand; Bovenop Socotra foto Nico te Laak
Touroperator Phil Haines bracht vlak na
de eeuwwisseling het allereerste groepje westerse bezoekers naar
Socotra. Wetenschappers die al jaren studeerden op de flora van
Socotra, uit vergeelde boeken en oude geschriften, uit de tijd dat
Socotra nog Engels protectoraat was. Vanaf de jaren '60 viel Socotra
onder de het communistische Zuid-Jemen, en was het eiland streng
verboden militair gebied. Sinds de Jemenitische eenwording in 1994 is
Socotra schoorvoetend opengesteld. Als kinderen zo blij, herinnert de
Brit Haines zich die eerste reizigers. 'Volwassen mannen die de hele
week vooruit renden om die plantjes eindelijk eens in het echt te
kunnen zien, na dertig jaar wachten.' Via de 'Friends of Socotra'
vereniging - en bijbehorende geldpotjes- kreeg de groep
wetenschappers redelijk veel invloed in bestuur en management van het
eiland. De pakweg vijftigduizend Socotranen krijgen nu al jarenlang
het belang van hun eiland voor de biodiversiteit ingepeperd. Bij de
Jemenitische regering op het vasteland is flink gelobbied voor
strenge wetgeving en tegen grootschalige ontwikkelingen, vooralsnog
met redelijk succes.
 Ah! De Drakenbloedboom foto Nico te Laak
Sinds de eeuwwisseling is het een
gestaag komen en gaan van ecotoeristen -intussen al een kleine
vijfduizend per jaar- die zich komen vergapen aan de bizarre natuur
van Socotra. Uitgestrekte vlaktes begroeid met duizenden iele
boompjes die symmetrisch als ballerina's buigen in de wind. Kale
bergen met fotogenieke flessenbomen. De hoogste toppen van Skand, een
gebergte middenop het eiland, zijn misschien nog wel het meest
spectaculair: gehuld in een dikke, kille mist en bezaaid met een
machtig mooie plantenwereld, waarvan de beroemde Drakenbloedboom als
exponent alle websites en ansichtkaarten siert. Maar om in Skand te
komen zul je wel moeten afzien. Wegen erheen zijn er überhaupt niet,
en de geitenpaadjes zijn er ontoegankelijk steil. Toeristen op
Socotra moeten het trouwens sowieso doen met schamele voorzieningen.
Er zijn amper vier hotels in hoofdstadHadibu, voor de rest is het
kamperen geblazen. Dat is ook precies de bedoeling, want de impact
van het toerisme moet beperkt blijven, weet Thabet Khamis,
reisorganisator en algemeen fixer op Socotra, terwijl hij voor een
verse groep toeristen koepeltentjes op het witte strand van Aomak
werpt. 'Een wc'tje en een douche mogen we wel bouwen. Maar meer echt
niet. Dat mag niet van de autoriteiten'.
 Kling kling doet het ijzeren landschap foto Nico te Laak
'Geen probleem', zegt de jonge Fransman
Bernard, hij heeft ATB en tent immers al bij zich. Bernard is zowel
bioloog als imker en gaat twee weken fietsen over Socotra. 'Ik heb
zelf vijf bijenvolken in de Jura. De imkerij hier op Socotra schijnt
uniek te zijn, dus dat wil ik graag zien.' De imkerij is een van
prominentere uitingen van het ecotoerisme. Boeren die bijen houden
zijn minder afhankelijk van hun geiten, die anders de hele dag die
unieke flora kaal vreten. Met Frans ontwikkelingsgeld is een
coöperatie opgezet die de onvolprezen Socotraanse honing verkoopt
vanuit een winkeltje in Hadibu. Niet ver van de coöperatie huist
trouwens ook een boetiekje van de vrouwenassociatie -ook opgezet met
Westers ontwikkelingsgeld- waar allerlei soorten wierook en
geitenwollen dekens, tapijten en ander Socotraans handwerk aan de
toerist wordt gebracht. Maar veruit de belangrijkste sector van het
ecotoerisme is de gidserij. Het eilandbestuur heeft inmiddels
tientallen Socotraanse mannen opgeleid in het rondleiden van
ecotoeristen. Gids in opleiding Rabet (18) heeft een stenciltje bij
zich met alle Socotraanse vogel in vier talen. Rabet is zoon van een
plaatselijke politiecommissaris en heeft al een vaste vriendin, wiens
foto op Rabets mobiel prijkt. Toch ligt ook zijn toekomst niet op
Socotra. 'Eerst studeren in Sana'a. Dan werken in Dubai. Maar ik denk
wel dat ik vaak terugkom naar Socotra.'
 Qalansiyah; Socotraans speelgoed foto Nico te Laak
Zoals de wereld zich opent voor de
Socotraan, zo opent Socotra zich andersom voor de wereld. In het
kielzog van de rustige, bescheiden ecotoerist vliegen inmiddels ook
zonaanbidders, surfers en duikers naar Socotra. De moessonwinden
zwepen de Socotraanse golven immers de hele zomer op tot een eldorado
voor surfers. Duikers kunnen in de kustwateren het hele jaar terecht.
En de zon schijnt ook al altijd, treurt touroperator Haines. 'De 4x4
Toyota's rijden de Italiaanse toeristen 's ochtends van het hotel
naar het strand en 's avonds keurig weer terug. Dat zijn hele andere
toeristen als die ik hier heen breng. ' Maak alsjeblieft geen reclame
voor Socotra, zegt ook de Schotse botanicus Frazer Henderson. 'Die
paar duizend toeristen van nu kan Socotra eigenlijk al niet aan.'
 Fatima Abid in haar Botanische tuin foto Nico te Laak
Want, bedoelt Frazer, de toeristen
maken het spaarzame water op, creëren vuilnis dat eigenlijk niet
verwerkt kan worden en stimuleren allerhande import, bouw en
wegenaanleg. Ondernemers van het vasteland van Jemen -waar oorlog,
corruptie en chaos heersen- ruiken kansen. Aan beide zijden van de
sowieso al absurd brede rondweg van Hadibu verrijzen gebouwen waarvan
functie noch vergunning bij iedereen bekend is. Salem Daheg Ali is
sinds vorig jaar hoofd van het Socotra Archipelago Conservation and
Development Program (SCDP). Tien jaar is er gewerkt, zegt Daheg Ali,
om Socotra op de kaart te zetten. 'Met succes. Mensen kennen ons en
waarderen ons. Vorig jaar zijn we daarom officieel werelderfgoed
geworden.' Maar, beseft Daheg Ali, Socotra moet blijven oppassen.
'Komend voorjaar komt Unesco weer kijken. Of er nieuwe wegen zijn
bijgekomen, dat soort dingen. Maar het kost moeite. Met de
wegenbouwers hebben we nu afgesproken dat ze in elk geval geen asfalt
breder dan zeven meter aanleggen. We willen graag werelderfgoed
blijven.'
 Socotraans panorama foto Nico te Laak
|