|
(uit Management & Consulting dec2009)
Afgelopen zomer beleefde de
organisatieadvieswereld een deja vu: de oprichting van Bakkenist;
adviseurs en managers. Een deja vu, want Bakkenist was ooit een
gerenommeerd bureau met eerbiedwaardige adviseurs. Die adviseurs
verhuisden eind vorige eeuw naar het grote, internationale Deloitte.
Niet tot ieders tevredenheid, blijkt nu.
 Logo Bakkenist
Er waren meerdere redenen, nu tien jaar
geleden, om Bakkenist te laten verdwijnen. Er was wat kwade reuk,
vanwege de affaire Steenhuis*, en er waren wat directiewisselingen die
niet door iedereen gedragen werden. Hoofdreden echter was de wens van
het grote Deloitte om meer voet aan Nederlandse grond te krijgen, en
daartoe andere bureaus overnam, waaronder Bakkenist. Met die overname
zette Deloitte een belangrijke stap; het leeuwendeel van de 256
adviseurs en consultants van Bakkenist ging mee, inclusief klanten en
lopende opdrachten. Dat niet iedereen meeging was geen verrassing,
binnen Bakkenist woedde toch al discussie. 'We zaten teveel tussen
tafellaken en servet', zegt Arend Stemerding, destijds al negen jaar
'Bakkenister'. 'We stonden voor de keus: gaan we opschalen, verder
groeien, op weg naar een full service bedrijf? Of gaan we terug naar
de Nederlandse niche, en mikken op bepaalde specialisaties? Het een
was niet beter dan het andere. Maar we moesten wel kiezen.
Halfslachtig doorgaan was geen optie.'
Kiezen hoeft uiteindelijk dus niet,
Deloitte maakt de keus. Drie jaar nog voert Deloitte Bakkenist als
merknaam mee, om haar daarna langzaam te laten verdwijnen.
Ondertussen globaliseert de wereld, en globaliseert Deloitte mee. Het
grote Deloitte richt zich meer en meer op internationale opdrachten.
En daar wordt niet iedereen gelukkig van, herinnert Arend Stemerding
zich. 'Sommigen voelden zich wat minder op hun plek bij Deloitte. Dat
heeft met voorkeuren te maken, niet met kwaliteiten. Als je
bijvoorbeeld veel opdrachten doet voor de publieke sector, dan speelt
het internationale geen rol. Dan hoeft dat niet.' Aldus vertrekt een
gestaag deel van de Bakkenisters, om elders opnieuw te beginnen. Soms
voor zichzelf, soms samen met anderen, zoals een aantal Bakkenisters
dat het nieuwe bureau Arengo opricht.
Toch, in de stichting Bakkenist, dat na
de overname door Deloitte stilletjes over de nalatenschap waakt, komt
het oude netwerk van Bakkenisters nog regelmatig samen. Een
'Bakkenist foundation' reikt prijzen uit aan jonge talenten, onder
meer om 'het niveau van het Nederlandse organisatie en advieswerk op
peil te houden'. En Juli 2009 is daar ineens weer een NV Bakkenist,
een heus consultancy bureau, gevestigd te Bussum. Juridisch staat de
NV los van de stichting, die toestemming verleent de brandname
te gebruiken, want die is eigendom van de stichting. Dat die
toestemming wordt gegeven is niet zo vreemd, zegt Arend Stemerding:
'Het zijn deels dezelfde netwerken. Mensen uit en rond het
stichtingsbestuur, daarvan zijn er redelijk veel deel gaan nemen in
het nieuwe Bakkenist.'
De primaire reden om Bakkenist her op
te richten is prozaïscher dan je zou denken, zegt heroprichter Lucas
van Meer, ex-Bakkenist, ex-Deloitte en ex-Arengo: 'Dat heeft alles te
maken met bekendheid van naam. Aan de naam Bakkenist hangt een hele
traditie, die -dat merken we nu al- een positieve klank heeft. Niets
ten nadele van Arengo, maar die naam kennen maar weinig mensen. Ik
hoorde vaak: jij werkt nu toch bij eh.. aren.... eh... arengo? Het is
als nieuw bureau echt lastig naamsbekendheid te krijgen. Dan is de
bedrijfsvoering toch erg persoonsgebonden, hangt van de consultant
zelf af. Dus als je een merk kunt nemen en je hebt mensen die uit die
cultuur voortkomen, dan kun je dat snel op de kaart zetten.'
De belangrijkste reden mag liggen op
het gebied van marketing, er liggen ook andere gevoelens en
voorkeuren ten grondslag aan de heroprichting van Bakkenist. Het
nieuwe Bakkenist moet net als het oude Bakkenist meer worden dan de
som der delen. Van Meer: 'Wij willen juist een combinatie zijn van
vent en tent. Wij willen de normen en waarden van het Nederlandse
adviesvak hoog houden. Waarden die zijn gebaseerd op de Nederlandse
traditie in het organisatie- en advieswerk. Wat dat voor waarden
zijn? No nonsens. Maatwerk. Geen standaardoplossingen. Elk probleem
bekijken op zijn eigen merites. In de traditie van het oude
Bakkenist. Waar kwaliteit, ervaring en gedegenheid bovenaan stond.'
De gedegenheid die Bakkenist wil
uitstralen zie je wanneer je op het tabje 'onze mensen' van www.bakkenist.nl
klikt: een rijtje eerbiedwaardig grijze heren in maatpak. Een rustig
imago, zonder al te veel kleur. Bakkenisters
zijn geen snelle jongens. 'Klopt,' zegt Van Meer. 'We zijn gedegen.
We zijn overigens nog in opbouw. Er komen zeker ook jongeren en
vrouwen bij. We hebben ons zeker laten inspireren door het oude
Bakkenist, maar we zijn er geen kopie van.' Wat wil Van Meer dan
niet, dat het oude Bakkenist wel had? 'We zouden ons iets meer willen
specialiseren in bepaalde markten. We willen niet zo breed werken als
de oude Bakkenist. Wat we wel gaan doen is de fundamentele aanpak van
organisatieadvies koppelen aan het pragmatisme van het interim
management. Daar zit bij ons een mooie kruisbestuiving.' Doede
Keuning, emeritus hoogleraar organisatiekunde en twintig jaar lang
programmaleider van de postgraduate opleiding managementconsultant
(VU), zou dat graag wat scherper gesteld zien. 'Ik draag Bakkenist en
de Bakkenisters een warm hart toe. Maar ik zou graag horen welke
markten dat dan wel of niet zijn. Het mag wat steviger en concreter.
Dat komt de signatuur van het nieuwe Bakkenist alleen maar ten
goede.'
Hoewel
het soms moeilijk is je te onderscheiden van collega's, zich afzetten
tegen de grote bureaus geschoeid op Angelsaksische leest, daar heeft
Van Meer minder moeite mee. Op de vraag waarom potentiële klanten
precies voor Bakkenist zouden moeten kiezen, luidt het antwoord:
'Omdat we geen jonge, onervaren mensen op je af sturen. Wat je
bij de McKinsey's wel ziet is dat een oudere partner de opdracht
binnenhaalt, een horde jonge krachten de opdracht invullen en bij de
eindpresentatie de partner weer even komt kijken. Dat doen we dus
niet. Degene die zich komt presenteren, doet ook zelf de opdracht. En
is daar dus ook voor aansprakelijk.' En welke opdrachten doet
Bakkenist liever niet: 'Geen snij-operaties. Geen opdrachten waarbij
we met een horde adviseurs een organisatie komen overvallen. Wij
willen in rust werken, en in de opbouwende sfeer zitten. Niet alles
overhoop halen en maar kijken wat er vervolgens gebeurt.'
Voormalig Bakkenister Arend Stemerding
onderschrijft deze kenschets: 'Het nieuwe Bakkenist is interessant
voor klanten die de zwaardere, ervaren adviseurs zoeken. Met
Bakkenist kan je meteen om tafel. Daar hangt dan ook een ander
prijskaartje aan. Het is niet het grote internationale bureau -ze
zullen het niet leuk vinden maar dan bedoel ik inderdaad de Cap
Gemini's, de McKinsey's en KPMG's van deze wereld- dat je laat
ontvangen door een partner, maar vervolgens een batterij jonge
adviseurs op je dak stuurt. ' Is Stemerding -hij is momenteel CIO van
een Duitse multinational- zelf ook een potentiële klant? 'Ons
bedrijf is internationaal van karakter. Desondanks is het zeker niet
denkbeeldig dat ik mensen van Bakkenist bel.' En waarvoor zou u
Bakkenist juist niet bellen? Stemerding: 'Als ik heel snel veel
handen nodig heb. Dan zou ik juist wel McKinsey, of Cap Gemini
bellen.'
Naast de klantrelatie verschilt de
Bakkenister overigens ook in de relatie met de collega. Een
Bakkenister, zegt de website, hecht aan bepaalde kernwaarden,
waaronder authenticiteit, transparantie, ondernemingszin en
vriendschap. Van Meer: 'We houden niet zo van het opt or out
principe van de grote bureaus, waar je op een bepaald moment ofwel
partner wordt ofwel geacht wordt te verdwijnen. In dat model
verdienen de jonkies de kost voor de oudere partners, die vooral
commercieel goed moeten zijn omdat zij de opdrachten binnenslepen. We
kiezen een heel ander businessmodel, waar wel plaats is voor goede
adviseurs van veertig en ouder.' Stemerding: 'Als Bakkenister heb je
meer vrijheid, je hoeft niet zo in het keurslijf van het bedrijf. Je
bent eigenzinnig, dat kan jou juist aantrekkelijk maken. Je bent
iemand die gaat voor de inhoud, niet alleen voor het geld. Aan de
andere kant, bij Bakkenist draag je zelf ondernemersrisico, en dat
kan financiële consequenties hebben. '
En waarin, denkt relatief
buitenstaander Arend Stemerding, onderscheidt Bakkenist zich
eigenlijk van vergelijkbare, eerbiedwaardige Nederlandse middelgrote
adviesbureaus als Berenschot en Twijnstra? 'Moeilijk. Twijnstra is
meer gericht op non-profit. En, zonder Berenschot tekort te willen
doen, Bakkenist straalt toch iets heel degelijks uit.' Doede Keuning,
ooit in deeltijd verbonden aan Bakkenist en later ook Twijnstra
Gudde, maakt tussen de drie bureaus liefst alleen alfabetisch
onderscheid. 'Ik kan daar geen andere rangorde in aanbrengen. Het is
ook niet zo dat er een gat viel, toen Bakkenist uit dat palet
verdween. Maar jammer was het wel, al was het alleen maar voor de
concurrentieverhoudingen. Bakkenist was altijd een uitstekend bureau
met mooie opdrachten voor prachtige opdrachtgevers. Dus, zolang het
geen kwestie van nostalgie is, juich ik van harte toe dat ze er weer
zijn. Hoewel er van mij iets meer dynamiek in mag, en meer
persoonlijke prominentie.' Bakkenist is voorlopig nog een stuk
kleiner, maar dat is tijdelijk, zegt Van Meer: 'Wat we zoeken? Goede
mensen met ervaring. Dat kan ook tien, vijftien jaar ervaring zijn.
Er is zeker nog plaats voor mensen van dertig, vijfendertig. Wat hen
kenschetst? Bakkenisters zijn aardig, waardig en vaardig.'
* Waarbij procureur generaal Dato Steenhuis Bakkenist in 1998 een Groningse bestuurscrisis deed uitpluizen. Hij zat echter zelf in de Raad van Advies van Bakkenist, en dat wekte de schijn van belangenverstrengeling. Bakkenist werd hiervoor door de ROA lichtjes op de vingers getikt.
Naschrift: Deloitte laat bij monde van function leader Mario van Vliet weten Bakkenist alle succes
toe te wensen.
|