(uit TGI, mrt 2010)
 Meerennen kan bijna bij 30km/u foto Nico te Laak
De Hedjaz Railway heeft een roemruchte
geschiedenis. Aangelegd door de Ottomanen, verwoest door Engelsen,
Arabische bedoeienen en joodse nationalisten en verdeeld onder de
nieuwe staten van het Midden Oosten vertelt het spoor het verhaal van
het moderne Midden-Oosten. Wie de geschiedenis van het spoor kent,
snapt meteen waarom er vandaag de dag nog steeds strijd heerst.
 Loc nummer 85 foto Nico te Laak
Damascus, half zeven 's
ochtends. Volgens onbevestigde berichten vertrekt de stoomtrein om
zeven uur precies vanaf Al Rabweh station, aan de rand van Damascus.
Het treintje zou elke zomerse vrijdag vermoeide Damascenen een uurtje
gaans de koele groene bergen in brengen. Taxichauffeur Waleed heeft
er een hard hoofd in. Die stoomtrein is er helemaal niet. Kapot. Weg.
Verdwenen. Gedwee volgt hij de weg langs de oude rails, zoals de
klanten dat willen. Totdat de weg afbuigt en de taxi noodgedwongen
over rails en dwarsliggers verder hobbelt. Dan pas geloven we dat de
oude lijn verleden tijd is. 'Wil je een oude trein zien? Voor honderd
lira breng ik je erheen,' zegt Waleed en tuft zijn oude Fiat naar het
Hedjaz Railway station, monument van de vorige eeuw, ingekapseld
door de niet te stuiten bouwdrift van de nieuwe eeuw.
In Amman hebben we meer
succes met onze speurtocht. Het oude Hedjaz station ligt er
romantisch bij; knappe oude gebouwtjes, wuivende oleanders, antieke
wagonnetjes, een echte rangeerschijf en wel zes oude
stoomlocomotieven. In de garage sleutelen monteurs aan het
ijzerkolossen van de 'Robert Stephenson Darlington Works' en de
'Forces Usines Fondieres', diep uit Wallonië. Onder luid gedirigeer
rangeren de mannen de locs heen en weer. Zelfs de antieke
rangeerschijf doet het gewoon. Dit moet een walhalla zijn voor de
treinfanaat.
 Station Amman foto Nico te Laak
Het wordt nog beter: de
trein vertrekt echt. Weliswaar voortgetrokken door een
diesellocomotief, maar toch. Voor een halve dinar nestelen we ons op
het balkon, naast schooljongens Samir en Mohammed. 's Ochtends naar
school nemen ze de bus, anders halen ze het volkslied niet. 's
Middags pakken ze liever de trein, omdat die lekkerder zit en
bovendien goedkoper is. 'Wat ook leuk is zijn de stenengooiers. Dat
zal je zo wel zien,' zegt Mohammed, en grijpt vast in zijn jaszak. We
kopen een kopje thee bij een meneer die met een thermoskan en wat
blikjes fris het restauratiewezen van de rij wagonnetjes op zich
heeft genomen.
Om precies vier uur zet de
trein zich in een trage beweging. Bewaakte overwegen zijn er niet,
dus nadert de trein de vele kruisingen in slakkengang, en hangt de
machinist continu aan de fluit. Links en rechts ontstaan files
toeterende auto's. De spoorberm blijkt een grote vuilnisbelt,
daarachter passeren de eindeloze woonwijken van 'greater Amman'.
Kindjes stoppen vingers in de oren, of zwaaien naar de trein en zijn
passagiers. Dan verschijnen groepjes jongetjes vanachter struikjes,
en regent het stenen op de antieke trein. Passagiers op de balkons
duiken ineen. Samir en Mohammed gooien terug. Twee meereizende
politieagenten roepen ferm vermaningen, zonder resultaat. Een half
uur lang nog regent het nu en dan stenen. Tot de trein tot stilstand
komt in Zarqa, het Purmerend van Amman.
 Ouderwets ijzerwerk foto Nico te Laak
Zarqa ligt maar twintig
kilometer verwijderd van kilometer honderdtweeenzeventig van de
Hedjazlijn, de plek waar Lawrence of Arabia een eeuw geleden -in
november 1917- zijn laatste rails opblies en daarmee zijn laatste
trein deed ontsporen. De hele voorafgaande zomer bestookten de
bereden troepen van de Arabische Prins Faisal en de Engelse kolonel
T.H. Lawrence de Hedjaz spoorlijn, van Medina tot voorbij Amman. Het
bonte, krijgshaftige groepje woestijnruiters hield de Turkse troepen
maandenlang bezig. Intussen namen Britse troepen ongestoord bezit van
Ottomaans Palestina.
Sultan Abdulhamid zal het
zich iets anders hebben voorgesteld. Kosten noch moeite spaarde hij
voor wat de laatste stuiptrekking van het eens zo machtige Ottomaanse
rijk zou worden. Duizenden Turkse militairen werkten acht jaar lang
in loodzware omstandigheden aan de ruim dertienhonderd kilometer
lange spoorlijn. Het zou de pelgrimstocht naar Mekka van veertig
onbarmhartige dagen door de woestijn, naar een dag of drie op de
trein terugbrengen en de Ottomaanse hegemonie over het Midden Oosten
bestendigen. Van zover als de VS werden rails en ijzeren dwarsliggers
aangevoerd, want hout bleek niet bestand tegen de extreme
temperatuurwisselingen van de woestijn. Acht jaar lang functioneerde
de trein zoals bedoeld, om daarna alleen nog T.H. Lawrence roem te
brengen. Zoals auteur James Nicholson schreef in zijn standaardwerk
over de spoorlijn: 'Zonder de Hedjazspoorlijn zou er nooit een
Lawrence of Arabia zijn geweest.'
 Ook bezienswaardig voor de Jordaniers zelf foto Nico te Laak
Onze Syrische vriend
Hassan vertelt dat de Syriërs Lawrence nog altijd vervloeken. 'De
trein bracht ons snel en goedkoop tot Mekka. Maar die Lawrence moest
het zonodig kapot maken.' Waarschijnlijk draagt de vloek wel meer
wrok in zich mee. Want het einde van de eerste wereldoorlog bleek ook
het eind van het legendarische Groot-Syrië. Overwinnaars Frankrijk
en Engeland trokken grenzen die allen hun eigenbelang dienden. Syrië
werd een betrekkelijk klein landje, wat restte heette voortaan
Palestina, Libanon en Jordanië, en later ook nog Israël. Het bleek
een goede voedingsbodem voor broederstrijd, landjepik en hele lange
oorlogen.
Sindsdien is het vallen en
opstaan met de Hedjazlijn. De Palestijnse aftakking naar Haifa is
sinds lang verdwenen. De Libanese tak naar Beiroet, over de Libanon
en de anti-Libanon, tufte nog een tijd door, maar kwam steeds minder
ver. De Hedjazlijn zelf diende voornamelijk het vervoer van fosfaat
van de mijnen in Zuid-Jordanië naar Amman. Sinds enige jaren is er
weer hoop voor de spoorlijn. Tussen 2005 en 2007 reed de trein tussen
Damascus en Amman, totdat er naar verluidt een tank overheen reed. Nu
rijdt er het dagelijkse forensenlijntje tussen Amman en Zarqa. En
sinds kort rijdt er elke vrijdag een echte stoomtrein drie stations
naar het zuiden. Anderhalf nostalgische uren, voor slechts twee
dinar.
 Locs in de remise Amman foto Nico te Laak
Terug in Damascus vinden
we uiteindelijk toch onze trein. Vlakbij Qadem station -een modern
station voor de elektrische trein naar Aleppo, omgeven door haastig
gebouwde huizen voor Irakese vluchtelingen. Daar weer achter vinden
we de meer dan honderd jaar oude Hedjazwerkplaats. Vorig jaar is de
werkplaats officieel verheven tot 'live-museum of Al Hejaz railway
factories', inclusief stropoppen conducteurs en echte roze kartonnen
kaartjes. In de enorme werkplaats slijpen monteurs nog steeds even
liefdevol aan onderdelen voor de restauratie van de treinen, op
antieke machinerie aangedreven door grote vliegwielen. Tientallen
wagonnetjes en locomotieven staan buiten mooi te glimmen. 'Om half
negen, niet om zeven uur, vertrok uw treintje naar de groene
heuvels', zegt Suheil Massar, technieker van het museum, lachend.
En er is meer. Nog
drie maanden, zegt Massar, 'dan vertrekt de stoomtrein naar het
zuiden ook weer. Insha-allah. Eerst tot Deraa, aan de grens met
Amman, en misschien nog verder oostwaarts naar Bosra.' Een niveau
hoger zijn de toekomstplannen nog veel groter. Turks-Saoedische
consortia willen de Hedjazrailway upgraden
tot een hogesnelheidslijn van Istanbul tot aan Mekka. Opleverdatum is
eind 2012. General manager Abdulhamid van station Amman wil best
kwijt dat zijn mensen hard werken om de Jordaanse lijn tot aan
Mafraaq -veertig kilometer voorbij Zarqa- uit te breiden. Rails moet
uit het asfalt gehakt worden, dat soort werk. Verder weet Abdulhamid
dat er plannen zijn voor een nieuw lijntje tussen de luchthaven en
Amman. Over de grote plannen voor een nieuwe Hedjaz
hogesnelheidslijn, daarover wil hij liever niets zeggen. 'Dat is
politiek, daar begeef ik me niet in.'
|