De
tweede in de serie Uitblinker senior is niet de minste. In 1970 deed
Paul Crutzen (1933) een ontdekking over chemische reacties in de
ozonlaag. In 1995 ontving hij daarvoor tot eigen verrassing de
Nobelprijs voor de chemie. 'Ik was goed op school. Behalve in
scheikunde, gek genoeg. Ik kon dat niet. Ik vond het ook niet zo
leuk.'

Crutzens
Nobelprijs; product van toeval en verlangen
Talent
Niet alles geloven wat er
geschreven wordt. Daar komt mijn talent op neer. Wanneer iedereen
dezelfde kant op kijkt, heb ik de neiging juist de andere kant op te
kijken. Want eigenlijk was alles over de ozonlaag al bekend. Al
dertig, veertig jaar ging men uit van hetzelfde chemische proces.
Maar ik zag dat die som niet klopte. Er vonden meer reacties in de
stratosfeer plaats. De rol van stikstofoxide, dat die de ozonlaag
afbreekt in de stratosfeer en juist opbouwt in de troposfeer, daar
had men overheen gekeken.
Ik weet nog dat ik bij het
artikel in een hoekje schreef aan mijn vrouw: ik hoop dat dit ons
lieve leventje niet te onrustig maakt. Ik voorzag dat de ontdekking
een en ander zou losmaken, dat ik mijn stootrichting had gevonden en
dat het ons leven zou veranderen. Mijn ontdekking was van
maatschappelijke betekenis. Er kwam meteen politiek bij. De
vijfhonderd Concorde' s en andere supersonische vliegtuigen die
gebouwd zouden worden, allemaal werden ze afgelast, omdat ze te veel
stikstofoxide de atmosfeer inspoten. Ik was een gewoon jongetje
dat redelijk goed was op school, een gewone katholieke basisschool in
Amsterdam-Zuid. Rekenen, wiskunde was mijn lievelingsvak. Mijn vader,
die een gewoon mens was, met hem deed ik vaak reken- en
taalwedstrijdjes. Namen we twee getallen, gingen daarmee
vermenigvuldigen en wie dat het best deed had gewonnen. Ik won echt
niet altijd. Hij was kelner, mijn vader, maar vaak werkloos. Mijn
moeder was werkster in een ziekenhuis. In het laatste oorlogsjaar was
de school vaak dicht. De hoofdmeester gaf mij en twee anderen apart
les. Zodat wij geen jaar verloren. Kennelijk zag hij het in ons
zitten.
In het gymnasium had ik
geen zin. Geen zin in Grieks en Latijn en dat extra jaar, dus ging ik
naar de HBS, op het Ignatiuscollege. Ik was niet meteen in alle
vakken de beste, maar hoorde wel altijd bij de eersten. Behalve met
scheikunde, gek genoeg, en fysica. Ik kon dat niet. Ik vond het ook
niet zo leuk. De talen gingen wel heel goed. Mijn moeder was Duitse,
mijn vader Limburgs. Een slimme man, mijn vader, dat wel, maar niet
erg ambitieus. Het was ook goed als ik net als hij kelner was
geworden. Mijn moeder stuwde me meer op. Ze was trots op me.
Ik las veel boeken over
sterrenkunde, wilde astronoom worden, of ruimtereiziger. Schaatsen
deed ik zo mogelijk nog liever. Als er maar even ijs lag, trok ik er
op uit. Meestal in mijn eentje. Voetballen deed ik ook veel. Ik was
linksvoor, tweebenig. Ik kijk nog altijd graag naar voetbal. Die
snelle jongen, die bij Bayern München speelt, Robben ja, daar geniet
ik van. Ik kijk uit naar het WK, dan word ik weer helemaal
Nederlander.
Toeval
Toeval speelt een grote
rol in mijn leven. De situatie in Nederland was kort na de oorlog
niet erg rooskleurig en ook wij hadden het niet breed thuis. Het was
toeval dat ik flink ziek werd vlak voor de tentamens. Daardoor waren
mijn cijfers niet hoog genoeg voor een beurs, voor de universiteit.
Dus ging ik naar de HTS. En werd vervolgens gemeentelijk
bruggenbouwer.
Het was ook toeval dat ik
mijn vouw ontmoette, toeval dat we in Zweden terecht kwamen, toeval
dat ik programmeur werd op het meteorologisch instituut. Toeval dat
ik een onderzoek over ozon moest programmeren, en zo te zien kreeg
dat de cijfers niet klopten. Maar eenmaal aangekomen in die
atmosferische chemie, kwam ik thuis. Vanaf toen was het rechtdoor,
ben ik van de scheikunde gaan houden, werd het mijn hoofdvak. Ik heb
het geluk gehad in een vak terecht te komen waar nog veel te
ontdekken was. En na die ontdekking de volle vrijheid kreeg me aan
onderzoek te wijden.
Ik wilde eigenlijk altijd
astronomie studeren, maar financieel ging dat niet. Met mijn vrouw
-een Finse die ik had ontmoet in Zwitserland- ben ik naar Zweden
getrokken. Ik houd erg van Amsterdam, maar had toch meer interesse
voor de koude delen van de wereld. Dat kwam door het schaatsen, die
liefde voor de kou. Dat vond ik altijd heerlijk, als ik weer kon
schaatsen.
Wat geen toeval is, is
mijn verlangen om academisch werkzaam te zijn. Dat is altijd heel
duidelijk geweest, ook in Zweden. In de Dagens Nyheter zag ik een
vacature voor een programmeur, op het meteorologisch instituut. Ik
wist er niets van, van programmeren. Tot mijn verrassing werd ik
uitgekozen. Puur toeval, denk ik nu nog. Ik heb het mijn baas nog
gevraagd, bij de uitreiking van de Nobelprijs, waarom hij toch voor
mij koos. Dat wist hij zich niet te herinneren.
Als programmeur moest ik
voor een Amerikaanse wetenschapper een programma schrijven over de
verdeling van ozon in de atmosfeer. Terwijl ik dat deed, merkte ik
dat iedereen elkaar al veertig jaar soort van overschreef. Men was
tevreden met een verklaring die uiteindelijk geen volledige
verklaring was. Ik dacht: hier klopt iets niet, ergens moet een fout
zitten. Ik had inmiddels op eigen houtje over ozon gestudeerd. Liep
af en toe een college mee. Zo kreeg ik de inval dat stikstofoxide een
belangrijke rol speelt in de atmosfeer.
Inzet
Als bruggenbouwer in
Amsterdam blonk ik zeker niet uit. Het was een echte ambtenarenbaan.
Het was allemaal te eenvoudig en eigenlijk was je een heel klein
radertje in het geheel en kreeg je geen kans zelf iets te
ontwikkelen. 's Avonds studeerde ik Zweeds. En wiskunde, en
kristallogie.
Hard werken heeft me nooit
veel moeite gekost. Wat ik deed -en doe- deed ik met plezier. Hard
werken werd ook telkens gehonoreerd met nieuwe, nog mooiere
mogelijkheden. En zo'n ontdekking, dat voelt goed, dat geeft
zelfvertrouwen. Na de ontdekking ging het snel; ik werd deel van de
ontwikkelingen in het gebied, deel van de ontdekkingen van anderen,
want -ik wil niet opscheppen, maar zo was het wel- na mij kwam er een
golf aan nieuwe ontdekkingen. Molina en Rowland ontdekten dat freonen
en chloorgassen in koelkasten en spuitbussen een nog schadelijker
effect hadden. Met hen samen heb ik uiteindelijk de Nobelprijs
gekregen.
Sinds mijn pensioen kom
nog altijd dagelijks hier, al is het niet altijd om negen uur. Het
kan ook tien, elf uur worden, of ik blijf eens een dagje thuis.
Hoewel ik thuis dan ook chemietijdschriften lees. Of ik duik in de
biochemie. Het is allemaal zo interessant.
Trots
Ik ben er trots op dat ik
eigenwijs genoeg ben geweest van die rechte baan af te wijken. Dat ik
daarom de rol van de stikstofoxides zag. Met als uiteindelijk gevolg
die Nobelprijs. We waren op vakantie in Cordoba, Spanje. Ik herinner
me nog het gevoel dat men naar mij staarde, toen we aan het einde van
een lange dag terugkeerden in het hotel. Er lag daar een dikke stapel
faxen. Terwijl ik vakantie had! Ik werd woedend. Mijn vrouw is ze
toch maar gaan lezen, en langzaam begon te dagen dat de hele wereld
wist dat ik een Nobelprijs had gewonnen, behalve wij zelf. Alles
veranderde. Obers die als knipmessen bogen, journalisten op de kamer.
We zijn snel in Sevilla ondergedoken, voor onze laatste vijf
vakantiedagen.
Ik had er echt niet op
gerekend. Ik dacht: het gebied is te breed en te politiek. En ze
hebben natuurlijk lang moeten wachten: pas in 1995 -toen bleek dat de
reacties die we voorspeld hadden realiteit waren geworden en het gat
in de ozonlaag afnam- toen pas was zeker dat we het bij het rechte
eind hadden.
Als je succes hebt,
dan krijg je uitnodigingen, kansen. Die kansen heb ik gegrepen. Ik
heb twee jaar in Oxford gewerkt, zes jaar in de VS. Toen de
mogelijkheid kwam om hier aan het Max Planck-instituut directeur te
worden, heb ik die met twee handen gegrepen. Een betere baan bestaat
niet. Je krijgt de volle ondersteuning en totale vrijheid. Ik ben
hier in de hemel terecht gekomen.
Wat moeilijk is geweest,
is het doen van reine wetenschap. Alles werd al snel politiek. Later
ben ik gaan inzien dat de mens enorm veel invloed heeft op ons
milieu. We leven in een nieuw geologisch tijdperk: de Anthropocene.
Het is het tijdperk dat de natuurlijke invloeden afnemen, ten gunste
van de menselijke invloeden, en dan bedoel ik dat negatief. We hebben
de zure regen gelukkig gestopt, en de afbraak van de ozonlaag
uiteindelijk ook. Het is misschien mode om sceptisch te zijn, maar er
is wel degelijk erg veel invloed van de mens. Ik maak me zorgen. Het
kan nog steeds goed gaan, maar het schiet niet op. Ik ben vaak
pessimistisch.
Ik heb een nieuwe
ontdekking gedaan: door zwaveldeeltjes in de stratosfeer te brengen
kunnen we het broeikaseffect dempen. Toen ik erover schreef, sloeg
het meteen aan. Dat komt -denk ik- door de Nobelprijs. Ik hoop alleen
niet dat het zover hoeft te komen, dat het in onderzoek blijft. Maar
als we niks doen, dan komt het moment dat we zulke gekke maatregelen
zullen moeten treffen.
Spijt
Ik ben altijd veel met de
kinderen opgetrokken. Veel fietsen in Zweden, naar het strand. In
Oxford had ik ook veel tijd om met de kinderen op stap te gaan. Toch
is het jammer dat we zo vaak verhuisd zijn en ons gezin zo verspreid
is geraakt. De ene dochter en kleinzoon in Boulder, Colorado. De
anderen in München. Wij hier in Mainz. Ik denk niet dat ik het nu
anders zou doen, maar als ik ergens spijt van heb, dan is het
daarvan.
Genen
Mijn kinderen en
kleinkinderen zijn allemaal verschillend. Geen van hen is academicus
geworden. Het zijn allemaal gewone kinderen met gewone problemen en
successen. Er is een kleinzoon waar ik iets van mezelf in terugzie.
Misschien is hij ook eigenwijs genoeg.
Imago
Wat ik ontdekt heb is
uiteindelijk helemaal niet zo heel moeilijk te begrijpen. Na de
Nobelprijs trad ik op bij Karel van der Graaf, op het
Rembrandtsplein. Ik vroeg om een bord en een krijtje, meer had ik
niet nodig om het uit te leggen.
Ik heb nooit problemen op
het gebied van beeldvorming gehad. Ik ben altijd mezelf kunnen
blijven. Ik ben een gelukkig mens geworden, zij het na een moeilijk
begin. Het enige dat ik zou willen meegeven is dat als je een kans
ziet, je die dan direct moet grijpen. Dat is wel belangrijk.
|